|
Zeewind
Op een
zonnige, warme dag met in het algmeen weinig wind kan er vlak
aan zee plotseling een zeewind opsteken, die een flinke afkoeling
veroorzaakt. Dit verschijnsel doet zich voor wanneer de temperatuur
landinwaarts sterk oploopt. Water wordt niet zo snel warmer,
waardoor het temperatuursverschil tussen het land en het zeewater
groot wordt. In het overgangsgebied van de koude zee naar
het warme land ontstaan dan kleine luchtdrukverschillen, waardoor
de wind van zee gaat waaien. Daarmee stroomt veel koudere
en vochtige lucht binnen waarin mist kan voorkomen. De onder
deze omstandigheden van zee aangevoerde mist wordt ook wel
zeemist of zeevlam genoemd.
Het invallen
van de zeewind gebeurt meestal pas in de loop van de middag,
wanneer de temperatuur boven land voldoende is opgelopen.
In de avond valt de wind weer weg, tenzij het weer totaal
is omgeslagen. De zeewind kan onder bepaalde omstandigheden
soms ver landinwaarts doordringen tot zelfs voorbij het midden
van het land. Wanneer er een sterke aflandige wind staat (uit
oostelijke richtingen) kan de zeelucht niet landinwaarts komen
en kan het ook aan het strand warm blijven.
Soms komt
een situatie voor waarin de heersende wind en de zeewindcomponent
elkaar opheffen en het aan zee windstil is terwijl het landinwaarts
wel waait. De zeewind ruimt in de loop van de dag langs de
Nederlandse kust van west naar noord (met de draaiing van
de aarde mee). Soms kunnen we het invallen van de zeewind
ook zien aan een rij cumuluswolken (het z.g. zeewindfront).
|