|
Stormwaarschuwingen
Nederland
was één van de eerste landen met stormwaarschuwingen.
Buys Ballot, de oprichter van het KNMI, kwam op het idee na
onder andere het vergaan van de Russische oorlogsvloot tijdens
een storm in de Krimoorlog in 1856 en na de Pinksterstorm
van 28 mei 1860 waarbij op de Noordzee veel vissersschepen
vergingen.
In 1864
introduceerde Buys Ballot de aëroklinoskoop, een seinpaal
voor storm. Het apparaat bestond uit een horizontale stang
die in een schuine stand kon worden gezet. Hoe groter het
luchtdrukverschil tussen twee plaatsen, bijvoorbeeld Groningen
en Vlissingen, hoe schuiner de stang. Wind wordt immers veroorzaakt
door verschil in luchtdruk, zodat de stang aangaf of er storm
op komst was. In 1867 stonden er aëroklinoskopen op acht
plaatsen langs de kust en op het dak van het toenmalige hoofdobservatorium
van het KNMI in Utrecht.
In 1881
vestigde Buys Ballot een filiaal in Amsterdam, waar kort daarna
de stormwaarschuwingsdienst werd gevestigd. De aëroklinoscopen
werden vervangen door posten langs de kust waar bij harde
wind of storm, overdag kegels, ballen en vlaggen werden gehesen.
In 1916 werden ook nachtseinen geplaatst. Na de stormvloed
van 1916 ging de Stormvloedseindienst (SVSD) van de Dienst
Getijdewateren van start.
Het KNMI
gaf in eerste instantie waarschuwingen wanneer een bepaalde
waterstand werd overschreden, waarna de SVSD tot actie overging.
In Vlissingen werden de seinen bijvoorbeeld getoond bij de
zeesluizen, in Nieuwersluis op de vuurtoren en in Hansweert
bij de sluizen. Er werd door de sluiswachters wel eens gemopperd
als het sein een paar keer op een dag veranderd werd. Nu vrijwel
alle schepen radio aan boord hebben zijn de visuele seinen
afgeschaft. Alleen in IJmuiden, Hoek van Holland, Vlissingen,
Den Helder en op Terschelling worden nu nog seinen getoond
uitsluitend met lampen die ook overdag zichtbaar zijn.
Na
de watersnoodramp van 1953 is de Stormvloeddienst opnieuw
opgezet en wordt gewerkt met de opzet (afwijking van de waterstand
boven het astronomische tij). De huidige Maritiem Meteorologische
Dienst van het KNMI is in 1989 gestart in een uit de oorlog
daterende betonnen radartoren in de duinen van Hoek van Holland.
In Middelburg is een regionale afdeling gevestigd voor de
'natte verwachtingen' in Zeeland. De waarschuwingen voor de
scheepvaart zijn lange tijd via de radio in de nieuwsbulletins
omgeroepen, maar -voor zover bekend- alleen Omroep Zeeland
Radio doet dat nog. Er wordt dan gewaarschuwd voor voor windkracht
6 (krachtige wind) of meer.
Op
de kaart: waarschuwing voor de scheepvaart in districten.
Klik op de kaart voor een link naar de KNMI-waarschuwingen.
Of kijk op de waarschuwingspagina
van Weer24.
|