|
Gladheid
Wanneer
de temperatuur van de lucht tot enkele graden boven het vriespunt
daalt kan zich op de grond al ijs vormen die aanleiding geeft
tot gladheid. Op een heldere avond koelt het aan het aardoppervlak
als regel het sterkst af, zodat het dan het eerst tot vorst
komt. Of het ook glad wordt hangt af van een groot aantal
factoren. Niet alleen de vochtigheid en water op de weg zijn
van belang, maar ook de wind en vooral de hoeveelheid warmte
in de grond kunnen van grote invloed zijn. Op bruggen, viaducten
en opritten wordt het eerder glad omdat daar geen warmte van
de ondergrond wordt aangevoerd. Na een vorstperiode, als de
vorst nog in de grond zit, zal het juist op andere plaatsen
van het wegdek eerder vriezen. We spreken dan van opvriezing.
In heldere
nachten verliezen voorwerpen aan het aardoppervlak veel warmte
door de nachtelijke uitstraling. Daken en ruiten van auto's
krijgen een temperatuur die enkele graden lager kan zijn dan
de luchttemperatuur. Ook bij temperaturen van 1 tot 3 graden
boven nul kunnen daken en ruiten van auto's bevriezen. De
dikte van de ijslaag hangt af van de hoeveelheid vocht in
de lucht. Ook op plassen vormt zich bij luchttemperaturen
boven nul soms al een vliesje ijs. Aan het aardoppervlak is
in heldere, stille nachten de temperatuur een paar graden
lager dan in de thermometerhut op 1.50 meter en bovendien
wordt de temperatuur van het water in de plas nog lager door
verdamping.
Untitled Document
De gevaarlijkste
vorm van gladheid is ijzel. IJzel is regen, die bevroren is
op de grond of op voorwerpen bij het aardoppervlak. Het ijslaagje
kan zich op verschillende manieren vormen, meestal aan het
eind van een vorstperiode, wanneer de grond bevroren is. Dat
is goed mogelijk omdat de grond vaak langer koud blijft dan
de lucht die erover stroomt. Een dooiaanval begint meestal
op enkele honderden meters hoogte, waar de minder koude lucht
binnenstroomt. De koudere vrieslucht heeft door haar lagere
temperatuur een groter gewicht dan de zachtere lucht. Daardoor
weet de vorst zich aan het aardoppervlak het langst te handhaven.
De neerslag valt dan in de vorm van regen uit de zachte lucht,
maar de druppels koelen onderweg in de koude lucht weer af.
Zodra de regen de koude grond of voorwerpen daarop bereikt,
bevriezen de druppels. Het ijs dat zo ontstaat, wordt ijzel
genoemd. Bevriest de regen al eerder, dan spreken we van ijsregen.
Het is
niet eenvoudig en vaak onmogelijk om de soort neerslag te
voorspellen. Regen, sneeuw en ijsregen treden alle op bij
temperaturen dicht bij het vriespunt. Een kleine hoeveelheid
regen is al voldoende om spiegelgladde wegen te veroorzaken.
Wanneer ijzel wodt verwacht is het zaak de weerberichten de
de verkeersinformatie nauwlettend te volgen. |