|
Eclips op 11 augustus 1999
West-Europa
beleefde op 11 augustus 1999 een bijzonder fenomeen: een zonsverduistering.
De maan kwam tussen de zon en de aarde in te staan. Daardoor
leek het net of de zon verdween. In Zeeland was de zonsverduistering
95 procent, dus een stukje van de zon bleef zichtbaar, vergelijkbaar
met het het zicht op de maan tijdens bijvoorbeeld eerste kwartier.
In een smalle strook van West-Europa verdween de zon geheel.
Hieronder kunt u lezen:
Gemiddeld
gezien komt op een bepaalde plaats op aarde 1 keer in de 300
jaar een zonsverduistering voor. De eerstvolgende totale verduistering
in Nederland is op 7 oktober 2135. De verduistering van 11
augustus duurde in totaal 3 uur en 7 minuten. Het begon in
de buurt van Canada en ging in rap tempo richting Europa.
De totale
zonsverduistering was te zien in een smalle strook. Hoe verder
van die strook, hoe minder de zon werd verduisterd. Wie op
een bepaalde plaats naar de zon kijkt zal enkele minuten van
het schouwspel kunnen genieten.
Mensen
die al eerder een zonsverduistering hebben meegemaakt noemen
het bijna zonder uitzondering een bijzonder gebeuren. In het
boek 'Zonsverduistering' van Jacob Kuiper en Harry Otten (ISBN-10:
90-18-001157-6) zegt iemand: "Ik wist niet dat het zo
iets moois was, de tranen schoten me in de ogen toen de zon
plotseling helemaal weg was. Het leek wel alsof ik ineens
los van de aarde was, wat een ervaring. Wat ben ik blij dat
ik het heb meegemaakt!"
De
totaliteitszone
De zonsverduistering op 11 augustus 1999 was totaal in een
smalle strook. Wie verder van die strook af was, zag een groter
stuk van de zon blijven. In Zeeland werd de zon ongeveer voor
95 procent verduisterd. Op de onderstaande kaart is te zien
waar de totaliteits-zone was en waar de zon voor minder dan
100 procent was verduisterd. De kaart is afkomstig van de
UK Eclipse Group.

[klik
voor vergroting plaatje]
Hhèt
moment
Wolkenvelden bepaalden het weerbeeld tijdens de eclips van
11 augustus 1999. In Cornwall (zuid-west Engeland) regende
het en ook in Zuid-Duitsland was het betrokken. De beste omstandigheden
kwamen voor aan de Franse kust, waar de NOS met weerman Erwin
Kroll was neergestreken. De daar aanwezige bewolking verdween
grotendeels en de totaliteit, compleet met corona, was daar
schitterend te zien.
In Nederland
werd de bewolking vlak voor het maximum van de verduistering
dikker, in de totaliteitszone in Frankrijk en Zuid-Belgie
verdween de bewolking vlak voor de totaliteit voor een deel.
Dit lijkt tegenstrijdig, maar is wel te verklaren. In Nederland
was voornamelijk sprake van stratocumulusvelden. Bij de dalende
temperatuur tijdens de eclips wordt de lucht iets vochtiger
en onstaat wat meer bewolking. In Frankrijk (goed zichtbaar
op de tv) losten door de dalende temperatuur de cumuluswolken
op. Dit is een proces wat zich ook in de avonduren afspeelt.
Zo konden veel mensen de totaal verduisterde zon toch nog
zien. In Frankrijk waren vooral Venus en de ster Sirius tijdens
de totaliteit goed zichtbaar.
In Zeeland
begon de verduistering veelbelovend. Op veel plaatsen was
het half bewolkt en het begin van de eclips kon goed worden
waargenomen. Juist toen het maximum van de verduistering werd
bereikt dreef op veel plaatsen dikkere bewolking over. Toch
was, omdat de bewolking af en toe wat dunner werd, de smalle
zonsikkel te zien.
Het werd merkbaar donker maar we moeten wel bedenken dat 5%
van het zonoppervalk nog overeenkomt met 6500 aardbollen.
Omdat het vrij koel en bewolkt was was de temperatuurdaling
niet opvallen.
In Ritthem
daalde tijdens het maximum van de verduistering de temperatuur
1 graad. Howel de temperatuurdaling in Zeeland gering was
nam de wind toch in kracht af, ook een verschijnsel dat gewoonlijk
's avonds voorkomt. De molenaar in Burgh-Haamstede die voor
en na de eclips zijn molen lustig liet malen, moest hem door
de wegvallende wind een kwartiertje stilleggen.
|